Afgelopen juni werd in Amsterdam een opmerkelijk kort geding gevoerd over de bevoegdheid van de Reclame Code Commissie (RCC) om te oordelen over reclame. Een chiropractor had een advertentie voor zijn praktijk in het Parool geplaatst. Uit de advertentie:
“Het goede nieuws is dat chiropractische behandelingen bewezen hebben de druk op de zenuwen effectief te kunnen verlichten. Door het gebruik van lichte technieken, ben ik in staat om de druk op de zenuw op te heffen. Dit laat de zenuw herstellen en de klachten verdwijnen. Enkele conclusies uit onderzoek:
Patiënten meldden 85,5% verbetering van de zenuwsymptomen na slechts 9 chiropractische behandelingen. – Journal of Chiropractic Medicine, 2008.”
Een arts die betrokken is bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij diende een klacht in bij de RCC. Chiropractie zou een medisch zinloze behandelwijze zijn die niet tot de geneeskunde behoort en schade kan veroorzaken. De adverteerder zou – kort gezegd – een kwakzalver zijn. Kennelijk schoot die aantijging de adverteerder in het verkeerde keelgat. Hij verzette zich met hand en tand tegen de klacht en begon zelfs een kort geding tegen de Stichting Reclame Code. In de procedure vorderde hij dat het de RCC werd verboden een oordeel te geven over de advertentie (en over chiropractische behandelingen in het algemeen). Volgens de beledigde chiropractor is hij niet verplicht om zich te onderwerpen aan de klachtprocedure en het oordeel van de RCC.
In zijn vonnis van 13 juni 2012 oordeelt de rechter dat het oordeel van de RCC over een klacht een mening is over de mate waarin een reclame-uiting strookt met de Nederlandse Reclame Code. De chiropractor kan inderdaad niet worden verplicht om mee te werken aan de klachtprocedure voor de RCC en hij is ook niet gehouden om de aanbevelingen van de RCC op te volgen. Geen echte rechtspraak dus. Maar de chiropractor kan niet verbieden dat de RCC zich een oordeel vormt en dat oordeel openbaar maakt. Het oordeel van de RCC valt immers onder de vrijheid van meningsuiting. De rechter wijst alle vorderingen af.
De RCC heeft kennelijk even gewacht op dit oordeel van de rechter. Op 20 juni 2012 wees de voorzitter van de RCC de klacht toe.
Daniël Haije – advocaat reclamerecht
|
kantoor Emerald House Jozef Israëlskade 48-G Amsterdam t 020 - 305 3066 www.hoogenhaak.nl |
post Postbus 76780 1070 KB Amsterdam e info@hoogenhaak.nl f 020 - 305 3069 kvk 34314579 |
Afgelopen juni werd in Amsterdam een opmerkelijk kort geding gevoerd over de bevoegdheid van de Reclame Code Commissie (RCC) om te oordelen over reclame. Een chiropractor had een advertentie voor zijn praktijk in het Parool geplaatst. Uit de advertentie:
“Het goede nieuws is dat chiropractische behandelingen bewezen hebben de druk op de zenuwen effectief te kunnen verlichten. Door het gebruik van lichte technieken, ben ik in staat om de druk op de zenuw op te heffen. Dit laat de zenuw herstellen en de klachten verdwijnen. Enkele conclusies uit onderzoek:
Patiënten meldden 85,5% verbetering van de zenuwsymptomen na slechts 9 chiropractische behandelingen. – Journal of Chiropractic Medicine, 2008.”
Een arts die betrokken is bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij diende een klacht in bij de RCC. Chiropractie zou een medisch zinloze behandelwijze zijn die niet tot de geneeskunde behoort en schade kan veroorzaken. De adverteerder zou – kort gezegd – een kwakzalver zijn. Kennelijk schoot die aantijging de adverteerder in het verkeerde keelgat. Hij verzette zich met hand en tand tegen de klacht en begon zelfs een kort geding tegen de Stichting Reclame Code. In de procedure vorderde hij dat het de RCC werd verboden een oordeel te geven over de advertentie (en over chiropractische behandelingen in het algemeen). Volgens de beledigde chiropractor is hij niet verplicht om zich te onderwerpen aan de klachtprocedure en het oordeel van de RCC.
In zijn vonnis van 13 juni 2012 oordeelt de rechter dat het oordeel van de RCC over een klacht een mening is over de mate waarin een reclame-uiting strookt met de Nederlandse Reclame Code. De chiropractor kan inderdaad niet worden verplicht om mee te werken aan de klachtprocedure voor de RCC en hij is ook niet gehouden om de aanbevelingen van de RCC op te volgen. Geen echte rechtspraak dus. Maar de chiropractor kan niet verbieden dat de RCC zich een oordeel vormt en dat oordeel openbaar maakt. Het oordeel van de RCC valt immers onder de vrijheid van meningsuiting. De rechter wijst alle vorderingen af.
De RCC heeft kennelijk even gewacht op dit oordeel van de rechter. Op 20 juni 2012 wees de voorzitter van de RCC de klacht toe.
Daniël Haije – advocaat reclamerecht