Opinie van Maarten Haak in MarketingTribune van 26 februari 2008 Wat een aandacht voor de posters van de Internationale Socialisten: de kop van Wilders op een Marlboro pakje. “EXTREMIST” - 'Brengt u en de samenleving ernstige schade toe'. De positie van Wilders kreeg in het vorige nummer al aandacht, maar hoe zit het met de eigenaar van het merk Marlboro: blies Philip Morris terecht van zich af? Wilders vond de extra aandacht prachtig. Zo kon hij de politie aanvallen: die had de posters in beslag genomen omdat deze uiting beledigend voor Wilders zou zijn. Wilders dacht daar (terecht) anders over. De uitingsvrijheid van de actiegroep woog in dit geval zwaarder; Wilders kon (en wilde) tegen deze slogan dus niets doen. Evenmin had hij het gebruik van zijn foto kunnen tegengaan met een beroep op zijn portretrecht. Men wist immers toch wel dat Wilders niet zelf aan deze actie had meegewerkt. En “hoge bomen vangen veel wind”. Een ‘redelijk belang’ om zich tegen dit gebruik te verzetten ontbrak dus. Maar neem dan merkhouder Philip Morris. Die was terecht ‘not amused’. Doe niet zo moeilijk, zou je eerste reactie zijn, iedereen weet toch dat dit een geintje is? Maar ook zo’n geintje kan schadelijk zijn voor een merk: de reputatie of het onderscheidend vermogen van het merk kan eronder lijden. Ga je meer roken als je bij het kopen van een pakje sigaretten aan Wilders denkt, of koop je liever een ander merk? Door het aanhaken bij Marlboro kreeg de actie bovendien extra aandacht. Juist in zo’n geval moet een merkhouder kunnen optreden. Soms is het maar beter geen aandacht te besteden aan het gebruik van je merk door een ander en dus niet op te treden. Denk aan de faux pas van de Hema, die de tentoonstelling ‘El Hema’ in het Stedelijk CS eerst hard aanpakte. Nog geen twee dagen later ging Hema na veel commotie om en ging zij de tentoonstelling mee organiseren, om de door haar eigen handelen veroorzaakte merkschade te beperken. Ik vraag mij overigens af of het merkenrecht Hema wel had beschermd. Volgens mij was de tentoonstelling niet schadelijk voor het Hema-merk, en ook genoten de tentoonstellers niet een ongerechtvaardigd voordeel door aan te haken bij Hema. Ook Philip Morris stond voor een lastige keuze: aanpakken of niets doen? Nu hebben zij daarin wel enige ervaring. Het uiterlijk van het Marlboro pakje wordt vaker gebruikt door actievoerders, shirtmakers en cartoonisten. De Vlaamse krant De Standaard plaatste vorig jaar nog een cartoon van een bloederig pakje Marlboro, nadat een scholier een compaan had doodgestoken die hem een sigaret weigerde. Philip Morris schreef de Standaard meteen aan, en ook de Internationale Socialisten kregen nu een boze brief. Philip Morris kan nog een reden hebben om meteen op te treden. De definitie van tabaksreclame in de Tabakswet is zo extreem ruim, dat deze uiting van de Internationale Socialisten wel eens als een verboden tabaksreclame zou kunnen gelden, zelfs al is deze niet van de merkhouder afkomstig. Immers: ook elke handeling in het economisch verkeer die het bekendheid geven aan het tabaksmerk tot indirect gevolg heeft, is verboden reclame. Ook reclame waarmee getracht wordt het reclameverbod te omzeilen door een Marlboro kenmerk te gebruiken, valt onder het tabaksverbod. En dat kan Philip Morris heel duur komen te staan. Philip Morris blaft dus altijd. Maar in dit geval hoeft zij waarschijnlijk niet te bijten. De Internationale Socialisten hebben natuurlijk al eieren voor hun geld gekozen. De met de posters gemaakte winst mogen ze vast houden.
|
kantoor Emerald House Jozef Israëlskade 48-G Amsterdam t 020 - 305 3066 www.hoogenhaak.nl |
post Postbus 76780 1070 KB Amsterdam e info@hoogenhaak.nl f 020 - 305 3069 kvk 34314579 |
Opinie van Maarten Haak in MarketingTribune van 26 februari 2008 Wat een aandacht voor de posters van de Internationale Socialisten: de kop van Wilders op een Marlboro pakje. “EXTREMIST” - 'Brengt u en de samenleving ernstige schade toe'. De positie van Wilders kreeg in het vorige nummer al aandacht, maar hoe zit het met de eigenaar van het merk Marlboro: blies Philip Morris terecht van zich af? Wilders vond de extra aandacht prachtig. Zo kon hij de politie aanvallen: die had de posters in beslag genomen omdat deze uiting beledigend voor Wilders zou zijn. Wilders dacht daar (terecht) anders over. De uitingsvrijheid van de actiegroep woog in dit geval zwaarder; Wilders kon (en wilde) tegen deze slogan dus niets doen. Evenmin had hij het gebruik van zijn foto kunnen tegengaan met een beroep op zijn portretrecht. Men wist immers toch wel dat Wilders niet zelf aan deze actie had meegewerkt. En “hoge bomen vangen veel wind”. Een ‘redelijk belang’ om zich tegen dit gebruik te verzetten ontbrak dus. Maar neem dan merkhouder Philip Morris. Die was terecht ‘not amused’. Doe niet zo moeilijk, zou je eerste reactie zijn, iedereen weet toch dat dit een geintje is? Maar ook zo’n geintje kan schadelijk zijn voor een merk: de reputatie of het onderscheidend vermogen van het merk kan eronder lijden. Ga je meer roken als je bij het kopen van een pakje sigaretten aan Wilders denkt, of koop je liever een ander merk? Door het aanhaken bij Marlboro kreeg de actie bovendien extra aandacht. Juist in zo’n geval moet een merkhouder kunnen optreden. Soms is het maar beter geen aandacht te besteden aan het gebruik van je merk door een ander en dus niet op te treden. Denk aan de faux pas van de Hema, die de tentoonstelling ‘El Hema’ in het Stedelijk CS eerst hard aanpakte. Nog geen twee dagen later ging Hema na veel commotie om en ging zij de tentoonstelling mee organiseren, om de door haar eigen handelen veroorzaakte merkschade te beperken. Ik vraag mij overigens af of het merkenrecht Hema wel had beschermd. Volgens mij was de tentoonstelling niet schadelijk voor het Hema-merk, en ook genoten de tentoonstellers niet een ongerechtvaardigd voordeel door aan te haken bij Hema. Ook Philip Morris stond voor een lastige keuze: aanpakken of niets doen? Nu hebben zij daarin wel enige ervaring. Het uiterlijk van het Marlboro pakje wordt vaker gebruikt door actievoerders, shirtmakers en cartoonisten. De Vlaamse krant De Standaard plaatste vorig jaar nog een cartoon van een bloederig pakje Marlboro, nadat een scholier een compaan had doodgestoken die hem een sigaret weigerde. Philip Morris schreef de Standaard meteen aan, en ook de Internationale Socialisten kregen nu een boze brief. Philip Morris kan nog een reden hebben om meteen op te treden. De definitie van tabaksreclame in de Tabakswet is zo extreem ruim, dat deze uiting van de Internationale Socialisten wel eens als een verboden tabaksreclame zou kunnen gelden, zelfs al is deze niet van de merkhouder afkomstig. Immers: ook elke handeling in het economisch verkeer die het bekendheid geven aan het tabaksmerk tot indirect gevolg heeft, is verboden reclame. Ook reclame waarmee getracht wordt het reclameverbod te omzeilen door een Marlboro kenmerk te gebruiken, valt onder het tabaksverbod. En dat kan Philip Morris heel duur komen te staan. Philip Morris blaft dus altijd. Maar in dit geval hoeft zij waarschijnlijk niet te bijten. De Internationale Socialisten hebben natuurlijk al eieren voor hun geld gekozen. De met de posters gemaakte winst mogen ze vast houden.