Vandaag publiceerde de Advocaat-Generaal Poiares Maduro zijn advies aan het Hof van Justitie van de EG in de beruchte zaken tussen Google en (o.a.) Louis Vuitton. LVMH had Google gedagvaard omdat Google derden toestond om LOUIS VUITTON als AdWord te gebruiken. De AdWords verwezen naar sites waarop inbreukmakende tassen en andere luxe producten werden verkocht en naar sites van concurrenten. De A-G vindt dit geen gebruik als merk, en daarom dus ook geen merkinbreuk. Dat zou anders kunnen zijn als het merk in de tekst van de AdWord advertentie wordt genoemd, maar dat was hier niet het geval.
Merkhouders kunnen bij Google gemakkelijk klagen over gebruik van een merk als AdWord, vaak haalt Google dat AdWord dan snel uit de lucht. Waar veel Nederlandse rechters dit merkgebruik als AdWord (door concurrenten of inbreukmakende sites) inderdaad een inbreuk op merkrechten vinden, geeft de A-G voorrang aan het internetverkeer. Dit zou moeten kunnen, vindt Poiares Maduro.
In de Benelux kennen wij overigens nog een aanvullende grond voor de merkhouder om op te treden: artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE, op grond waarvan zogenaamd 'ander gebruik' van het merk kan worden verboden. Dat zou ook gebruik als AdWord kunnen zijn. Of dat zo is, moet het Hof van Justitie in een andere zaak (Portakabin/Primakabin) beslissen na vragen van de Nederlandse Hoge Raad. Deze bevoegdheid bestaat in de rest van Europa niet.
Verder is belangrijk dat A-G Poiares Maduro de zoekdienst van Google aanmerkt als 'dienst van de informatiemaatschappij', zoals bijvoorbeeld internet service providers. Zulke onafhankelijke dienstverleners zijn in de regel niet aansprakelijk als het een automatisch proces betreft en zij dus met de inhoud van een bericht niets van doen hebben. Google kan zich voor de inhoud van AdWord teksten echter niet op die uitsluiting van aansprakelijkheid beroepen, omdat Google een eigen financieel belang heeft bij iedere click op een AdWord advertentie. Die aansprakelijkheid moet naar nationaal recht worden beoordeeld, vindt de A-G.
Het Hof zal waarschijnlijk in de loop van 2010 een arrest wijzen. Het Hof is niet aan de mening van de A-G gebonden. Tot die tijd zal de rechter in Nederland een eigen oordeel (moeten) geven. Voor de korte termijn lijkt de bevoegdheid van Benelux-merkhouders om op te treden tegen 'ander gebruik' belangrijker geworden.
Maarten Haak
Lees hier het persbericht van het Hof van Justitie en hier de conclusie van de Advocaat-Generaal.
|
kantoor Emerald House Jozef Israëlskade 48-G Amsterdam t 020 - 305 3066 www.hoogenhaak.nl |
post Postbus 76780 1070 KB Amsterdam e info@hoogenhaak.nl f 020 - 305 3069 kvk 34314579 |
Vandaag publiceerde de Advocaat-Generaal Poiares Maduro zijn advies aan het Hof van Justitie van de EG in de beruchte zaken tussen Google en (o.a.) Louis Vuitton. LVMH had Google gedagvaard omdat Google derden toestond om LOUIS VUITTON als AdWord te gebruiken. De AdWords verwezen naar sites waarop inbreukmakende tassen en andere luxe producten werden verkocht en naar sites van concurrenten. De A-G vindt dit geen gebruik als merk, en daarom dus ook geen merkinbreuk. Dat zou anders kunnen zijn als het merk in de tekst van de AdWord advertentie wordt genoemd, maar dat was hier niet het geval.
Merkhouders kunnen bij Google gemakkelijk klagen over gebruik van een merk als AdWord, vaak haalt Google dat AdWord dan snel uit de lucht. Waar veel Nederlandse rechters dit merkgebruik als AdWord (door concurrenten of inbreukmakende sites) inderdaad een inbreuk op merkrechten vinden, geeft de A-G voorrang aan het internetverkeer. Dit zou moeten kunnen, vindt Poiares Maduro.
In de Benelux kennen wij overigens nog een aanvullende grond voor de merkhouder om op te treden: artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE, op grond waarvan zogenaamd 'ander gebruik' van het merk kan worden verboden. Dat zou ook gebruik als AdWord kunnen zijn. Of dat zo is, moet het Hof van Justitie in een andere zaak (Portakabin/Primakabin) beslissen na vragen van de Nederlandse Hoge Raad. Deze bevoegdheid bestaat in de rest van Europa niet.
Verder is belangrijk dat A-G Poiares Maduro de zoekdienst van Google aanmerkt als 'dienst van de informatiemaatschappij', zoals bijvoorbeeld internet service providers. Zulke onafhankelijke dienstverleners zijn in de regel niet aansprakelijk als het een automatisch proces betreft en zij dus met de inhoud van een bericht niets van doen hebben. Google kan zich voor de inhoud van AdWord teksten echter niet op die uitsluiting van aansprakelijkheid beroepen, omdat Google een eigen financieel belang heeft bij iedere click op een AdWord advertentie. Die aansprakelijkheid moet naar nationaal recht worden beoordeeld, vindt de A-G.
Het Hof zal waarschijnlijk in de loop van 2010 een arrest wijzen. Het Hof is niet aan de mening van de A-G gebonden. Tot die tijd zal de rechter in Nederland een eigen oordeel (moeten) geven. Voor de korte termijn lijkt de bevoegdheid van Benelux-merkhouders om op te treden tegen 'ander gebruik' belangrijker geworden.
Maarten Haak
Lees hier het persbericht van het Hof van Justitie en hier de conclusie van de Advocaat-Generaal.