Vorige week besliste het Hof Amsterdam dat de zever Nijntje-parodieën van Punt.nl allemaal toelaatbaar zijn. Vorig jaar werd o.a. het in het oog springende plaatje 'nijn-eleven' verboden: Nijntje die in een vliegtuig op een gebouw af vliegt (zie hier mijn bespreking van vorig jaar). Maar Nijntje mocht wel afgebeeld worden met grote rode ogen of een lijntje coke voor zich, waarmee volgens de voorzieningenrechter ‘voldoende afstand’ van het origineel was genomen. Het Hof trekt nu een principiële lijn: deze uitingen hebben allemaal een kennelijk humoristische en ironiserende bedoeling, ook al zal lang niet iedereen het een goede grap vinden. Daarom kunnen de parodiërende uitingen niet op grond van het auteursrecht van Bruna en Mercis worden verboden:
“De bedoeling van deze afbeeldingen, die in combinatie met de bijbehorende teksten in schril contrast staan met de oorspronkelijke figuur Nijntje, is onmiskenbaar het opwekken van de lachlust, waaraan niet afdoet dat lang niet iedereen de gewraakte afbeeldingen even grappig of gepast zal vinden. Het gaat hierbij om parodiërend gebruik, immers om nabootsingen in een enigszins gewijzigde vorm waardoor de figuur Nijntje tot voorwerp van de lachlust wordt gemaakt en waardoor de teneur van het oorspronkelijke werk op humoristische, overwegend ironische wijze wordt veranderd. Dat contrast wordt versterkt door de combinatie met de begeleidende teksten. Waar de teksten van Dick Bruna bij uitstek kindvriendelijk en geweldloos zijn, zijn de teksten bij de gewraakte afbeeldingen veelal grof en agressief. (…)
Zo is achtereenvolgens onder meer sprake van Nijntje in verband met een hardcore feest, stoned als een garnaal, een trancenicht, pep en hakkûh. Dat is evident parodiërend gebruik waarbij het werk zelf op de korrel wordt genomen en waarbij de spot er dik bovenop ligt. Dat gebruik is, objectief bezien, in overeenstemming met hetgeen naar de regels van het huidige maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is, ook indien daarbij in aanmerking wordt genomen dat Bruna zich als geestelijk vader van Nijntje erdoor beledigd voelt (…).”
Geen auteursrechtinbreuk dus. En ook geen merkinbreuk: “In aanmerking nemende de vastgestelde humoristische bedoeling, het ontbreken van concurrentiemotieven, de bewaarde afstand tot de merken van Mercis en het ontbreken van verwarringsgevaar is (…) sprake van een geldige reden.”
Maarten Haak, auteursrecht advocaat
|
kantoor Emerald House Jozef Israëlskade 48-G Amsterdam t 020 - 305 3066 www.hoogenhaak.nl |
post Postbus 76780 1070 KB Amsterdam e info@hoogenhaak.nl f 020 - 305 3069 kvk 34314579 |
Vorige week besliste het Hof Amsterdam dat de zever Nijntje-parodieën van Punt.nl allemaal toelaatbaar zijn. Vorig jaar werd o.a. het in het oog springende plaatje 'nijn-eleven' verboden: Nijntje die in een vliegtuig op een gebouw af vliegt (zie hier mijn bespreking van vorig jaar). Maar Nijntje mocht wel afgebeeld worden met grote rode ogen of een lijntje coke voor zich, waarmee volgens de voorzieningenrechter ‘voldoende afstand’ van het origineel was genomen. Het Hof trekt nu een principiële lijn: deze uitingen hebben allemaal een kennelijk humoristische en ironiserende bedoeling, ook al zal lang niet iedereen het een goede grap vinden. Daarom kunnen de parodiërende uitingen niet op grond van het auteursrecht van Bruna en Mercis worden verboden:
“De bedoeling van deze afbeeldingen, die in combinatie met de bijbehorende teksten in schril contrast staan met de oorspronkelijke figuur Nijntje, is onmiskenbaar het opwekken van de lachlust, waaraan niet afdoet dat lang niet iedereen de gewraakte afbeeldingen even grappig of gepast zal vinden. Het gaat hierbij om parodiërend gebruik, immers om nabootsingen in een enigszins gewijzigde vorm waardoor de figuur Nijntje tot voorwerp van de lachlust wordt gemaakt en waardoor de teneur van het oorspronkelijke werk op humoristische, overwegend ironische wijze wordt veranderd. Dat contrast wordt versterkt door de combinatie met de begeleidende teksten. Waar de teksten van Dick Bruna bij uitstek kindvriendelijk en geweldloos zijn, zijn de teksten bij de gewraakte afbeeldingen veelal grof en agressief. (…)
Zo is achtereenvolgens onder meer sprake van Nijntje in verband met een hardcore feest, stoned als een garnaal, een trancenicht, pep en hakkûh. Dat is evident parodiërend gebruik waarbij het werk zelf op de korrel wordt genomen en waarbij de spot er dik bovenop ligt. Dat gebruik is, objectief bezien, in overeenstemming met hetgeen naar de regels van het huidige maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is, ook indien daarbij in aanmerking wordt genomen dat Bruna zich als geestelijk vader van Nijntje erdoor beledigd voelt (…).”
Geen auteursrechtinbreuk dus. En ook geen merkinbreuk: “In aanmerking nemende de vastgestelde humoristische bedoeling, het ontbreken van concurrentiemotieven, de bewaarde afstand tot de merken van Mercis en het ontbreken van verwarringsgevaar is (…) sprake van een geldige reden.”
Maarten Haak, auteursrecht advocaat