Blote benen op de motor: RCC wijst klachten over Lebara-commercial af

Blote benen achterop de motor: kan dat in een reclame? De Lebara-zaak laat zien waar de grens ligt tussen risicovol gedrag tonen en het aanmoedigen ervan.

In een televisiecommercial van Lebara stelt een jonge vrouw haar nieuwe vriend voor aan haar ouders. Met zijn lange haar en motorjack lijkt hij op het eerste gezicht niet direct de ideale schoonzoon: de keurige ouders kijken hem zichtbaar sceptisch aan. Totdat hij vertelt dat hij klant is bij Lebara. Als bij toverslag zijn alle bedenkingen verdwenen en omhelzen de ouders hem enthousiast. Even later zwaaien zij het stel uit als hun dochter met blote benen achterop zijn motor stapt. Bij het wegrijden schrikt de moeder nog even van het geluid van de motor.

Over die laatste scène kwamen twee klachten binnen bij de Reclame Code Commissie (“RCC”). Volgens de klagers zou de commercial een onverantwoord voorbeeld geven door motorrijden zonder volledige beschermende kleding te tonen. De RCC beoordeelde de klachten aan de hand van de regels over goede smaak en fatsoen en het algemeen belang (artikelen 2 en 3 Nederlandse Reclame Code (“NRC”)).

Lebara benadrukte in haar verweer dat beschermende motorkleding vanuit veiligheidsoogpunt uiteraard belangrijk is, maar vond niet dat de commercial in strijd was met de NRC. Beide motorrijders dragen de wettelijk verplichte helm; verdere beschermende kleding is wel verstandig, maar niet wettelijk verplicht. Bovendien bevat de commercial geen boodschap over motorrijden of beschermende kleding en wordt gevaarlijk gedrag niet aangemoedigd. Daarbij wees Lebara op de duidelijk humoristische en niet-realistische context van de commercial.

In lijn met het verweer van Lebara wijst de RCC beide klachten af. Bij de subjectieve normen van artikelen 2 en 3 NRC stelt de RCC zich terughoudend op: de grens van het toelaatbare wordt pas overschreden als sprake is van een dringende maatschappelijke behoefte om de reclame-uiting niet langer uit te zenden. Daarvan was hier volgens de RCC geen sprake. In lijn met eerdere uitspraken oordeelt de RCC dat het enkele tonen van mogelijk risicovol gedrag niet voldoende is. Hoewel beschermende motorkleding vanuit veiligheidsoogpunt wenselijk is, maakt het ontbreken daarvan de commercial dus niet zonder meer ontoelaatbaar. Volgens de RCC is de commercial onmiskenbaar humoristisch bedoeld roept zij niet op de getoonde situatie na te volgen.

Lebara heeft de commercial nadien overigens uit eigen beweging aangepast door de vrouw in de betreffende scène een lange motorbroek te laten dragen, zonder daartoe verplicht te zijn.

De uitspraken bevestigen een nuttig uitgangspunt voor reclamemakers: risicovol gedrag tonen is nog niet hetzelfde als het aanmoedigen daarvan. De context en boodschap zijn bepalend. Gaat van een reclame wél de boodschap uit dat gevaarlijk gedrag moet worden nagevolgd, dan kan de grens van het toelaatbare in beeld komen.

Lisa Peek en Myrna Teeuw, beiden advocaat bij Hoogenraad & Haak, stonden Lebara bij in deze procedures.